Elk jaar eind augustus loop ik met een notitieboekje door ons oude huis in de Benedenbuurt, een dag voordat de nieuwe huurders hun dozen naar boven sjouwen. Overdag ben ik freelance analist voor een paar bedrijven in de voedselsector, het huis is iets wat ernaast is gegroeid. Mijn vriendin en ik woonden er tot 2021 zelf, toen zijn we naar een rijtjeshuis in Bennekom verhuisd en hebben we de drie kamers op de eerste en tweede verdieping aangehouden voor studenten. Het zijn bijna altijd masterstudenten die op de campus aan de oostkant van de stad studeren.
Dit jaar vond ik bij die ronde in één van de kamers een dubbele kookplaat op het bureau. Netjes schoongemaakt, naast een waterkoker, een rijstkoker en een tostiapparaat, allemaal aangesloten op één stekkerdoos die achter een boekenkast verdween. De vorige huurder had hem laten staan voor zijn opvolger, met een briefje erbij: handig als de keuken bezet is.
Koken op de kamer
Ik begrijp het. In de gedeelde keuken beneden staan drie studenten om zes uur ’s avonds tegelijk te koken. Maar die kamer heeft twee stopcontacten, het huis stamt uit de jaren dertig en een kookplaat op een houten bureau naast een stapel papieren is niet iets waar ik ’s nachts rustig van slaap. Ik heb het ding meegenomen en de huurder een appje gestuurd. Hij was het er eerlijk gezegd snel mee eens.
Het zette me wel aan het denken. Ik had het huis in 2021 laten nalopen, maar sindsdien was er niets meer aan gebeurd. Drie huurders met elk een laptop, een tweede scherm, een kachel voor als de verwarming het in februari niet bijhoudt, en blijkbaar een kookplaat. Wat ik in mijn hoofd had als studentenhuis met wat bureaulampen, bestond al jaren niet meer.
Wat er in het pand is aangepast
Begin september heb ik een elektricien Wageningen gevraagd om het huis kamer voor kamer door te lopen. Ik wilde geen lijstje met aanbevelingen, maar een uitleg van wat een student redelijkerwijs aansluit en wat de installatie aankan. Hij keek naar de groepenkast, telde de stopcontacten en vroeg welke apparaten er in de keuken stonden. Zijn voorstel was overzichtelijk: in elke kamer vier dubbele stopcontacten, verspreid over de wanden, zodat er geen stekkerdozen achter kasten meer nodig zijn. De keuken kreeg een extra groep, zodat de waterkoker, de magnetron en twee kookplaten niet meer met elkaar concurreren. En de kamers zelf hangen nu per verdieping op een eigen groep.
Daarnaast zijn de rookmelders vervangen. Die hingen er al, sinds 2022 is dat in elke woning verplicht, maar het waren losse exemplaren op batterijen, en eentje bleek leeg. Nu zijn ze onderling gekoppeld. Gaat er in de keuken iets mis, dan hoort de student op de bovenste verdieping het ook, met zijn koptelefoon op.
Hoe ik het in mijn administratie heb gezet
Voor wie hier vooral voor de boekhouding leest: ik houd de verhuur strikt gescheiden van mijn onderneming. Aparte bankrekening, aparte map met facturen. De factuur van de elektricien Wageningen staat dus niet in mijn zakelijke administratie maar bij de kosten van het huis. Hoe dat fiscaal precies uitpakt, laat ik aan mijn boekhouder over, want dat hangt sterk af van je eigen situatie. Wat ik wel heb geleerd: bewaar alles, ook de kleine bonnetjes van rookmelders en stekkerdozen. Bij een vraag van de verzekeraar wil je kunnen laten zien wat er gedaan is en wanneer.
De nieuwe huurders zitten er inmiddels een maand. Vorige week kwam ik langs om een lekkende kraan te bekijken, op een grijze dinsdagmiddag met regen boven de Rijn. In de keuken stonden twee studenten tegelijk te koken, er draaide een waterkoker en uit een van de kamers klonk muziek. Achter de boekenkast lag geen stekkerdoos meer.
